Bestuurders failliete interieurbouwer niet aansprakelijk
De bestuurders van een failliete interieurbouwer uit de retailbranche hoeven het tekort in het faillissement niet aan te vullen. De Rechtbank Rotterdam oordeelde op 30 september dat vooral de markt het bedrijf de das omdeed, niet slecht bestuur. Wel moeten twee holdings samen bijna 278.000 euro aan rekening-courantschuld terugbetalen.
Het bedrijf, opgericht in september 2016, bouwde projectmatig winkelinterieurs. Op 10 december 2024 werd het failliet verklaard. De curator eiste daarna dat de bestuurders, drie holdings en de twee mensen daarachter, hoofdelijk het boedeltekort zouden betalen, met een voorschot van 277.000 euro. De uitspraak is gepseudonimiseerd, de naam van het bedrijf staat er niet in.
Te laat gedeponeerd, toch niet aansprakelijk
Op papier stond de curator sterk. De jaarrekeningen over 2020 en 2021 werden pas in januari en maart 2023 gedeponeerd, ruim te laat. Volgens de wet staat dan vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is.
Dat vermoeden mag een bestuurder weerleggen door aannemelijk te maken dat iets anders het faillissement veroorzaakte. Daarin slaagden deze bestuurders. De rechter wees erop dat bestuurders veel vrijheid hebben en risico's mogen nemen, zolang die niet onverantwoord zijn.
De lat voor het aannemen van het bestaan van relevante kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in de zin van dit artikel ligt hoog.
Rechtbank Rotterdam, vonnis van 30 september 2026
Wat de interieurbouwer de das omdeed
De bestuurders wezen op een opeenstapeling van tegenslag: minder fysieke winkels, hogere kosten voor energie, transport, inkoop en financiering, en concurrentie van partijen die werken met goedkope arbeidskrachten uit Oost-Europa. Daarbij verloor het bedrijf zijn grootste opdrachtgever, ging de belangrijkste leverancier failliet en schortte een onderaannemer na een geschil het werk op.
Een projectbedrijf leeft van een voorspelbare stroom van werk en geld. Die verstoring kon het niet opvangen, oordeelde de rechter. De financiële kwetsbaarheid bestond bovendien al vóór de drie jaar waarover een curator bestuurders kan aanspreken. Eind 2021 was het eigen vermogen al ruim 168.000 euro negatief.

Foto ter illustratie: Johan Mouchet via Unsplash
Rekening-courant moet wel terug
Helemaal schoon komen de holdings er niet vanaf. Twee ervan moeten hun rekening-courantschuld aan de boedel betalen: 114.029,52 euro en 163.737,43 euro, plus wettelijke rente en incassokosten. Een derde holding hoeft een post van bijna 14.000 euro niet te betalen; die boeking bleek een correctie binnen de groep. Een deel van de opnames ging volgens het vonnis naar materiaal dat niet voor het bedrijf bestemd was en naar onzakelijke uitgaven zoals boodschappen.
De curator wilde daarnaast ruim 405.000 euro aan managementvergoedingen terug. Die vordering wees de rechter af: de vergoedingen stonden in een managementovereenkomst, werden gefactureerd en het werk was ook echt gedaan. De beslagen die de curator op de woningen van de twee bestuurders had gelegd, worden opgeheven.
Voor ondernemers in interieurbouw en winkelinrichting laat de uitspraak zien dat een faillissement door de markt niet automatisch tot persoonlijke aansprakelijkheid leidt, ook niet bij een te laat gedeponeerde jaarrekening. Wie kan laten zien welke externe oorzaken speelden en wat er is gedaan om ze af te wenden, staat sterk. Het volledige vonnis staat op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RBROT:2026:13956.



