GLUE Amsterdam 2026: tien makers die de designroute kleurden
Van 17 tot en met 19 september veranderde GLUE Amsterdam de stad in een designroute langs showrooms, galeries en studio's. Mark Timo, oprichter van De Interieur Club, liep de route en selecteerde tien ontwerpen die opvielen. De eerste vijf staan hieronder.
De rode draad van deze editie: materiaal dat zijn eigen verhaal vertelt. Hergebruikt eiken, aluminium uit de lantaarnpaalproductie, Amsterdams stadshout. En opvallend veel makers die de constructie laten zien in plaats van die te verstoppen.
1. Sabine Marcelis voor Iittala: UNDA
Met UNDA brengt Sabine Marcelis haar zintuiglijke ontwerptaal samen met de glasblaastraditie van Iittala. Het vertrekpunt is het Finse licht en de manier waarop zonlicht over water beweegt. Elk object is mondgeblazen in de glasfabriek van Iittala in Finland.
Bij de lamp op de route was dat direct zichtbaar: het licht kolkt door het amberkleurige glas, alsof water in de tijd is bevroren.
2. Aad Kruiswijk: MineralisM bij Madart Foundation
Aad Kruiswijk volgde het Hout- en Meubileringscollege en daarna de Gerrit Rietveld Academie. Voor MineralisM monteerde hij een kettingzaag op een robotarm en zaagde daarmee massief Amsterdams stadshout.
Omdat die combinatie alleen rechte sneden maakt, ontstonden scherpe, asymmetrische vlakken: kristallijne volumes die aan mineralen doen denken zonder ze na te bootsen. Hetzelfde silhouet bestaat ook in rvs, cortenstaal en mdf. Eén vorm, drie totaal verschillende verschijningen.

Foto: Mark Timo
3. Luuk van de Grift: The Tension Series bij Arcatype
Arcatype, een cultureel netwerk op het snijvlak van design en bewust leven, kreeg tijdens GLUE voor het eerst een fysieke vorm. De tentoonstelling A Space For Time, onderdeel van Amsterdam Fashion Week 2026, biedt ruimte aan onafhankelijke ontwerpers.
Een van hen is Luuk van de Grift, die onder de naam Trefoil een deel van zijn debuutcollectie The Tension Series toonde, aangevuld met een nieuwe lamp en een nieuw tafelmodel. De frames zijn van koolstofstaal, opgebouwd uit gepolijste steigerbuizen en koppelstukken. Dik, zwart volnerf leer vormt de zittingen en legplanken.

Foto: Mark Timo
De zitting geeft mee zodra iemand gaat zitten. Spanning is hier tegelijk constructieprincipe en fysieke ervaring.
4. Loutje Hoekstra: Blue Print II (Three Graces) bij Madart Foundation
De Amsterdamse Loutje Hoekstra (1994) kwam via de biologie bij de kunst. Haar werk beweegt tussen schilderkunst, performance en illustratie en draait om het menselijk lichaam dat een plek zoekt om bij te horen.
Schilderen is voor haar een performatieve handeling. Via lichaamsafdrukken en gebaren registreert het doek gewicht, druk en contact, en imperfecties blijven zichtbaar. In Blue Print II smelten drie gouden figuren samen tegen een diepblauwe achtergrond.

Foto: Mark Timo
5. Studio Beeks: Techno Lounge Chair bij TANK
De meeste meubels verbergen hun constructie. De Techno-serie van Studio Beeks doet het omgekeerde: diagonale schoren dragen de last en elke verbinding eindigt in een zichtbare, ronde deuvel van eiken. Alle randen hebben een capsulevormig profiel van negen centimeter.

Foto: Mark Timo
Het gelamineerde massief eiken komt uit een oude stoelenfabriek en droogde twaalf jaar voordat het stabiel genoeg was om mee te bouwen. De deuvels komen van de laatste stokkenfabriek van Nederland, sinds de negentiende eeuw actief in Uitgeest. Op TANK stond de loungestoel, met kussens van groen leer.
De andere vijf van GLUE Amsterdam
De tweede helft van de selectie gaat verder in albast, aluminium, koord, canvas en licht, met werk van Elettra, Maaike Rabbinge, Sandra Keja Planken, Olexandr Pinchuk en Laurent Muller. Mark Timo beschrijft ze alle vijf op De Interieur Club.
Werk van Elettra, Maaike Rabbinge, Sandra Keja Planken, Olexandr Pinchuk en Laurent Muller. Foto's: Mark Timo



